Ga naar de inhoud
Home » Extreme stooktechnieken

Extreme stooktechnieken

Extreme stook-/vuurtechnieken

Het toepassen van extreme stook-/vuurtechnieken fascineert en boeit mij altijd. Een bijzonder en intensief stookproces waarbij het 'toeval' de boventoon voert. De effecten zijn slechts beperkt beïnvloedbaar doordat het vuur uiteindelijk bepaalt hoe het glazuur zich ontwikkeld.

Alle werken die gestookt worden met extreme vuurtechnieken zijn niet geschikt voor buitenplaatsing!

Raku stook

In het kort is Raku een speciale keramische stooktechniek, oorspronkelijk afkomstig uit China en Korea. Later geperfectioneerd in Japan en bedoelt voor de theeceremonie. Dit alles gebeurde rond de 16e eeuw.
De theeceremonie word gezien als een religieuze ervaring van het Zen-boeddhisme. En volgens het Zen-boeddhisme is het hoogste schoonheidsgevoel te ervaren in niet perfecte, natuurlijke en eenvoudige dingen. Deze symboliseren de schoonheid van het dagelijks leven. Daarom waren de theekommen vaak handgevormd en eenvoudig van vorm. De theemeester Sen-no-Rikyu stelde een speciale pottebakker aan die in 1525 als eerste de meestertitel en erenaam Raku kreeg.

Het is een ambachtelijke, natuurlijke en spannende techniek. Het materiaal blijft na het stoken poreus. Hiervoor wordt speciaal raku-klei gebruikt, dit is gechamotterde klei, om breuk te voorkomen tijdens het snelle stook- en nabehandelingsproces. De klei wordt met de hand of op een draaischijf gevormd, deze vorm moet na het drogen gebakken worden (biscuit oftewel ruwbak). Daarna wordt het werk geglazuurd.

Buiten in een gasoven worden de werkstukken gestookt tot ca. 1000°. De geglazuurde vorm wordt hiertoe in een al enigszins warme oven geplaatst. Na het bereiken van de gewenste temperatuur wordt de roodgloeiende vorm met de tang uit de oven gepakt en vervolgens in een bak met zaagsel gesmoord. Dit alles gaat gepaard met een flinke rookontwikkeling. Door de snelle afkoeling zal het glazuur craqueleren (het typische raku-effect). Na het afdekken van het zaagselvat ontstaat binnenin een meer of minder reducerende omgeving. Dit beïnvloedt de kleurvorming van het glazuur. De haarschuren (= craquelé) en alle delen welke niet met glazuur zijn bedekt worden zwart.

Nu gebeuren er twee dingen:

  • de rook dringt in de haarscheuren van het glazuur en verduidelijkt hierdoor de zgn. craquelé.
  • alle delen die niet geglazuurd zijn zullen zwart geblakerd worden
  • Na afkoeling wordt de zwarte aanslag op het glazuur weggepoetst en de verrassing van het verkregen effect is compleet.

    Door dit spectaculaire proces krijgt een uit klei gevormd voorwerp in een korte tijd een heel andere gedaante. Door de inwerking van vuur, lucht en rook is het maken van Raku niet alleen een bijzondere belevenis voor de maker maar tevens een fascinerend schouwspel om te zien.

    Het spel van aarde, vuur, rook en water blijft intrigeren.
    Het is altijd verrassend wat de echte uitkomst zal zijn.
    Raku betekent vreugde, plezier en geluk.

    Deze drie woorden passen bij het ontstaan van het object.

    Transparant glazuur en zwart geblakerd

    De grilligheid, het toeval, het craquelé, de mix van kleuren van de werkstukken worden juist hierdoor heel erg gewaardeerd en zijn daardoor allemaal uniek!

    "Vreugde en geluk door toeval"

    Dood Gewoon Kunst© heeft ook haar eigen Rakuglazuur ontwikkeld. De kleurresultaten zijn rood, blauw en groen gevlamd met een vleugje koper.

    Eigen ontwikkelde Raku glazuur

    Pitfire

    Pitfire is niets anders dan het stoken van werkstukken in een kuil of vuurschaal met zaagsel en hout.

    De goed gepolijste (zeer belangrijk) werkstukken, uit grove chamotte klei vervaardigt, worden vooraf biscuit gebakken op 950 °C ( in een elektrische oven). Daarna volgt het meerdere keren overgieten van de werkstukken met een oplossing ( opgelost in water) van kopersulfaat, ijzersulfaat en/of kobaltsulfaat (metaal zouten). Dit om diepere kleuren te krijgen in de vlammen van de Pitfire.

    Kopersulfaat geeft grijze tot rode tinten en kobaltsulfaat geeft grijze tot blauwe tinten. IJzersulfaat geeft beige tot roodbruine tinten.

    Het smeulende zaagsel en de inwerking van zuurstof op de stoffen, geeft de natuurlijke kleur en het originele effect op de keramiek. Dit heet een reductiestook.

    Onderin de “oven” (vuurkuil of -schaal) komt een laag zaagsel. Hierop worden de werkstukken gestapeld en de oven verder gevuld met droog hout en zaagsel. Het vuur wordt dan van boven aangestoken en moet naar beneden doorbranden. Het vuur zal ongeveer 3 uur branden. Waarna het langzaam uit gaat en het geheel kan afkoelen.

    Na het opbranden van het hout wordt pas zichtbaar wat de vlammen met de werkstukken hebben gedaan. De “oven” kan pas uitgepakt worden als het totaal uitgebrand en afgekoeld is, dit kan 3 tot 6 uur duren, afhankelijk van de grootte van de oven

    Schoonmaken en een nabehandeling met was brengt de glans aan het geheel.

    Kopermat

    Een spannende variant van raku is kopermat. Dit is een techniek waarbij het praktisch onmogelijk is om te voorspellen hoe het eindresultaat er precies uit komt te zien. Het werkstuk kan groen, blauw, paars, goud en vele andere kleuren krijgen. Je zou de vergelijking met de kleuren van een olievlek kunnen maken.

    Saggar fire

    Bij deze vorm van werken speelt de manier van stoken de grootste rol. Je creatie wordt in een raku-oven in een saggar (omhulsel) gestookt. Door de verschillende materialen die kunnen worden toegevoegd, welke tijdens de stook ontbranden. Op deze manier ontstaan er verrassende patronen en kleuren in het aardewerk.